Pathologisch onderzoek
Het onderzoek van de patholoog richt zich op cellen en weefsel van de patiënt.
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.
Pijpjes weefsel die door de radioloog uit de borst worden opgezogen met een histologische biopt (punctie) worden door de patholoog onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.
Het tweede moment waarbij de patholoog in actie komt is na de operatie.
Tijdens de operatie zal de chirurg een schildwachtklier(de dichtstbijzijnde lymfeklier) verwijderen en deze zal na de operatie door de patholoog onderzocht worden of er uitzaaiingen, dus kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is kan de chirurg besluiten in een tweede operatie de rest van de lymfeklieren in de oksel te verwijderen.
Na de operatie zal de patholoog ook onderzoeken of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn.
Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.
Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.